Droom over verslaving: Een troosteloze stad, leegte en wanhoop
Ik bevind me in een afgesloten deel van een stad. Het is er smerig. Alles is bedekt met een dikke laag roet, schimmel en vet. We zitten hier opgesloten; ontsnappen lijkt onmogelijk. Iedereen is verslaafd aan drugs — ik ook. Maar er is een probleem: de drugs zijn op. De paar mensen die hier nog wonen, speuren wanhopig naar geheime verstopplekken.
De meeste huizen, Duits van stijl, staan leeg. De deuren hangen open. Ik ga een huis binnen en zie een gat in het plafond. Ik schuif een kapotte rieten stoel eronder en reik met mijn hand omhoog. Boven de plafondlaag blijkt een holle ruimte te zitten, maar ik vind niets. Er ligt helemaal niets.
Buiten regent het. In het midden van het stadsdeel is een kuil, begroeid met gras, met in het centrum een oude vuurplaats. Door de regen is er een plas ontstaan. Een verkoolde tak steekt er schuin uit omhoog. Langs de rand van de plas is een lage zitbalk. We zitten daar met z’n vijven naast elkaar, zwijgend, in de regen. Zelfs mijn voeten — in geitenwollen sokken — zijn nat, ondanks mijn zware leren wandelschoenen.
Ik zoom uit, schuin naar boven. De plas met de tak. Wij op de balk, met vieze kapsels. De natte, beklinkerde straten eromheen en daaromheen de huizen. Alles oogt verlaten. Desondanks niet alleen toch troosteloos.
De meeste huizen, Duits van stijl, staan leeg. De deuren hangen open. Ik ga een huis binnen en zie een gat in het plafond. Ik schuif een kapotte rieten stoel eronder en reik met mijn hand omhoog. Boven de plafondlaag blijkt een holle ruimte te zitten, maar ik vind niets. Er ligt helemaal niets.
Buiten regent het. In het midden van het stadsdeel is een kuil, begroeid met gras, met in het centrum een oude vuurplaats. Door de regen is er een plas ontstaan. Een verkoolde tak steekt er schuin uit omhoog. Langs de rand van de plas is een lage zitbalk. We zitten daar met z’n vijven naast elkaar, zwijgend, in de regen. Zelfs mijn voeten — in geitenwollen sokken — zijn nat, ondanks mijn zware leren wandelschoenen.
Ik zoom uit, schuin naar boven. De plas met de tak. Wij op de balk, met vieze kapsels. De natte, beklinkerde straten eromheen en daaromheen de huizen. Alles oogt verlaten. Desondanks niet alleen toch troosteloos.
Reacties
Een reactie posten